Dit boek is bedoeld voor bestuurders en directieleden.
Voor mensen dus die werken in de top van een organisatie, en met haar goede functioneren begaan zijn. Dit boek is een managementroman in vier delen en wil een ongewoon en indringend zicht bieden op processen die voor elke directie en elke raad van bestuur wel eens aan de orde komen: een nieuwe directie samenstellen, het directieteam beter laten functioneren, een integratieproces managen, en de bedrijfscultuur onder de loep nemen en het directieteam beter laten functioneren.
Doorheen dit boek loopt de overtuiging dat de effectiviteit van een organisatie het hoogst is als drie elementen in balans zijn:
Als deze drie gebieden helder zijn, juist verbonden zijn met elkaar en dus goed in balans zijn, dan komt de visie van de organisatie zo goed mogelijk in de buitenwereld aan in de vorm van producten en diensten, van reputatie en maatschappelijke bijdrage.
Die toestand is echter bijna nooit lang in balans. Er hoeft maar een concurrent een vervangend product uit te brengen, er hoeft maar een divisie minder te presteren of verkocht te worden, er hoeft maar een nieuwe man of vrouw in de top te komen, en er komt weer onevenwicht. En precies daarom is er ook altijd werk aan de top. De vier delen in dit boek behandelen elk één voorbeeld van het zoeken van naar deze balans.
Een eerste verhaal gaat over de zoektocht naar een slagvaardige directie. In "We hebben hier een goede directie nodig" zijn enkele bestuurders bezorgd over de toekomst en ontevreden over het directieteam. Zij hebben het gevoel dat de huidige directie niet alles uit het bedrijf haalt wat erin zit. Daarover is al spanning ontstaan in de Raad van Bestuur. Die spanning kan niet onopgelost blijven. Eén aandeelhouder, Frans, neemt het voortouw in de zoektocht naar een slagvaardige directie. Het verhaal beschrijft een proces in zes stappen dat elke bestuurder en directeur als leidraad kan dienen.
Je kunt dan wel een goede strategie hebben, een aangepaste organisatie en de juiste functies in de top, als die top niet goed samenwerkt, ben je nog nergens. Het tweede verhaal In Team gaat daarom nog een laag dieper. Het is het verhaal over een directeur die zijn team beter wil laten functioneren.
De woordspeling in de titel geeft al aan wat volgens mij één van de eerste sleutels is om in directieteams en raden van bestuur goed te functioneren. Om goed in team te werken, moet je op een bepaalde manier intiem met elkaar kunnen omgaan.
Toen ik deze idee het voorbije jaar testte tijdens gesprekken met opdrachtgevers en andere contacten, merkte ik hoe gemakkelijk het woord intimiteit tot verbazing en ook tot grote weerstand leidt. Mensen trekken zich dan letterlijk enkele centimeters terug, fronsen de wenkbrauwen en kijken met een blik van: waar heeft ie het nu over: intimiteit in een directieteam!
In het verhaal probeer ik duidelijk te maken welk soort intimiteit ik bedoel. De in het verhaal beschreven weg kan ertoe leiden dat wat onder de directietafel verborgen blijft en voor ruis zorgt, boven tafel komt en de goede gang van wat boven tafel moet gebeuren, niet meer verstoort. Dat leidt tot meer vrijheid en meer lucht, meer wederzijdse verantwoordelijkheid en hogere effectiviteit. Maar het is ook heel uitdagend en spannend om zoveel directer met elkaar om te gaan.
Doorheen dit verhaal is een eenvoudig diagnose-instrument geweven. Daarmee kunt u voor uzelf nagaan hoe u en uw team eigenlijk functioneren.
Fusieperikelen zijn het onderwerp van het derde verhaal. Pierre is directeur en moet de integratie van een Belgisch en een Duits dienstenbedrijf in goede banen leiden. Maar het integratieproces wil maar niet vlotten. Tijdens een rustig moment met zijn bovenbaas denkt Pierre luidop : "Hoe schuiven we dit nu in elkaar?" Zij nemen samen een initiatief dat de zaak weer vlot trekt, maar ook nieuwe spanningen oproept. Het verhaal en de beschouwingen achteraf brengen de confrontatie tot leven die in elke fusie of integratie aan de orde is. De confrontatie van verschillen in doelstellingen van directies en raden van bestuur. Maar ook die van werkwijzen van teams en mensen, van gedragspatronen en culturen.
Precies over cultuur gaat het vierde verhaal. Rik, de algemeen directeur, heeft met zijn pas samengestelde managementteam een nieuwe strategie uitgestippeld. Maar hij merkt dat de bestaande cultuur het uitvoeren van de nieuwe strategie, en misschien zelfs het overleven van het bedrijf, in de weg staat. Hij stelt ten einde raad vast: "Met deze cultuur redden we het hier niet". Externe hulp brengt een verhelderend inzicht in de redenen waarom de cultuur die hij bij zijn aanstelling geërfd heeft, tot deze stagnatie heeft geleid. Deze confrontatie brengt een schok en ook ontroering teweeg. Wat eigenlijk al lang geweten is, maar om de lieve vrede, om loyauteiten en om eigen belangen werd toegedekt, wordt eindelijk onder elkaar uitgesproken. Dat brengt verlichting. Hierdoor opent zich een weg naar verandering, verandering van binnenuit: eerst bij Rik, dan bij zijn team en daarna ook bij de rest van de organisatie. De sleutel daarbij is dat Rik en zijn team zichzelf ter discussie durven stellen, en bereid zijn hun eigen gedrag te veranderen.
Dit boek is gegroeid uit aparte boekjes die ik de voorbije vijf jaar in eigen beheer uitgaf en aan zakenrelaties stuurde als voorbeelden van hoe ik werk. Elk ervan is bedoeld om in minder dan twee uur gelezen te worden. Ze lokten telkens enthousiaste reacties en herkenning uit. Matthias Lannoo bleek ook zo'n enthousiaste lezer. Toen hij hoorde dat ik "In Team" aan het schrijven was, stelde hij voor om dit nieuwe verhaal te bundelen met de vorige.
Bij het versturen van elk boekje was er altijd die mix van ontspanning (het grote werk is weer klaar) en benieuwde spanning (wat zullen de reacties zijn). Nu dit grote boek er ligt, voel ik weer le plaisir de se voir imprimé als was het mijn eerste artikel dat ik in mijn studentenjaren in de krantenwinkel zag liggen. En ik voel bovendien benieuwdheid over waartoe ook dit weer zal leiden.
Lubbeek, november 2004
Uit de pers Wat anderen zeggen over dit boek